Home > Korpsgeschiedenis
Korpsgeschiedenis PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Administrator   
maandag, 24 augustus 2009 20:27

In december 2009 vierde het Korps Mariniers haar 344-jarig bestaan met onder andere een viering op het Oostplein in Rotterdam, de stad waarmee het Korps zich van oudsher nauw verbonden voelt.

Dat de dik drie eeuwen korpsgeschiedenis niet onopgemerkt voorbij zijn gegaan, wordt wel geïllustreerd door de verschillende wapenfeiten in het vaandel. Uit die namen, zoals onder andere Algiers, Gibraltar, Chatham en West-Indië, is af te leiden dat het Korps Mariniers altijd zeer internationaal georiënteerd is geweest. En ook vandaag de dag nog zijn mariniers actief over de hele wereld. Hieronder volgt een bloemlezing van de wapenfeiten van het Korps Mariniers. Heb je aanvullingen of opmerkingen mail dan naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

17e eeuw (1600-1699 AD)


Michiel Adriaenszoon de Ruyter werd op 24 maart 1607 geboren te Vlissingen.  Hij was het 5e kind van een bierdrager en poorter van Vlissingen, dus werd er al verwacht dat er nooit iets van hem terecht zou komen.  Toen Michiel 10 jaar was, beklom hij een torenspits van de kerk in Vlissingen en later zorgde zijn baldadigheid dat hij van school werd gestuurd en zodoende moest hij aan het werk. Hij ging werken in een touwslagerij van gebr. Lampsins met een weekloon van 6 stuivers. Op 11-jarige leeftijd ging hij als hoogbootsmansjongen voor het eerst naar zee, waar hij altijd al naar uitkeek. Het was in de tijd van de gouden eeuw in Nederland. Michiel groeide op in een welvaren Nederland dat toen de grootste geesten van haar tijd voortbracht: Maarten Tromp, Constantijn Huygens, Johan van Oldenbarneveldt, Rembrandt, Simon Stevin, Plancius, Sweelinck, Leeghwater, Frans Hals, Hugo de Groot, Coen, Vondel en nog vele anderen. Spanje was in die tijd ook zeer welvarend en  de economie daar bleef maar vooruit gaan.
Michiel voer toen als bemanning van een bewapende koopvaarder, vaak naar Zuid -Amerika (Brazilië) en naar het Caraïbische gebied. Er kwamen regelmatig gewapende conflicten voor, waardoor hij veel ervaring opdeed en zodoende besloot hij op zijn vijftiende om in dienst te treden in het leger van Pr. Maurits als busschieter. Michiel had zelf zijn eigen paard gekocht en zijn oom had hem onder zijn hoede in het leger. Door de moeder van Michiel werd Michiels oom “de ruiter” genoemd, later zorgde Michiel er voor dat hij ook zo werd genoemd.
Het leven als landsoldaat beviel hem wel  en hij verdiende daar zijn goed, maar toch keerde hij weer terug naar zee, deze keer bij 's Lands vloot als hoogbootsmansmaat (onderofficier). Later keerde hij weer terug naar de koopvaardij. Michiel was betrokken bij vele gevechten en raakte slechts 1 keer gewond, aan zijn hoofd. Michiel werd ook een keer gevangen genomen, maar ontsnapte met 2 mede gevangenen en ze trokken door Frankrijk terug naar Nederland. Hij werd weer bevorderd tot een hogere rang en in 1631 ging hij trouwen. Zijn vrouw werd zwanger, maar stierf in het kraambed en toen Michiel op zee was, stierf zijn dochter ook.
In 1633 monstert Michiel aan als stuurman op walvisvaarder, de Groene Leeuw. Hij is dan 26 jaar. Hij maakt meerdere reizen mee en maakt onder andere dingen mee zoals: ingesloten worden in het ijs en een storm. Na meerdere reizen gaat hij in Dublin (Ierland) werken. Op 1 juli 1636 gaat hij voor de 2e keer trouwen, nu met Neeltje Engels en in 1637 krijgen ze een zoon, Adriaen (sterft al in 1655). Op dat moment is Michiel een welvarend burger en er komen nog meer kinderen bij: Cornelia, Alida en Engel.    
In 1637 was Michiel kaperkapitein en moest hij jagen op de Duinkerkerkapers. Dit gebeurde echter zonder succes. In 1640 werd hij schipper op De Vlissingen, hij voer heen en weer naar Brazilië en bij terugkomst sprak iedereen lovend over Michiel en werd hij nog meer welvarender. In datzelfde jaar, kwam Portugal in opstand tegen de Spaanse overheersing en de Staten-Generaal besloot  om Portugal te helpen dmv hun te voorzien van 20 schepen. Er werd een schip, de Haze omgebouwd tot oorlogsschip en Michielde Ruyter werd benoemd als kapitein. Ook werd hij aangewezen als schout bij nacht. De Ruyter werd de 3e man achter Admiraal Arnout Gijsels en vice-admiraal Tolck.  Na veel oponthoud vertrok de vloot op 12 augustus richting Portugal. De missie mislukte, ik zal hier niet verder op ingaan omdat er dan te veel behandeld wordt wat eigenlijk niet met het onderwerp te maken heeft.  
Na de mislukking in Portugal ging de Ruyter weer aan de slag bij een koopvaardijmaatschappij, de Heren Lampsins. Hij werd daar in dienst genomen als schipper, maar hij had zijn eigen schip en was dus ook eigenaar. Het schip heette de salamander, woog 400 ton en de bemanning bestond uit 40/50 man. Hij voer 8 jaar lang op West-Indië en Barbarije. Op 15 september 1650 overlijdt zijn 2e vrouw, Neeltje Engels. De Ruyter wil stoppen met varen, maar vind een kapiteins-weduwe, Annetje van Gelder en op 8 januari 1652 trouwt hij voor de 3e keer. Uit dat huwelijk ontstaan ook nog 2 kindere; Anna & Magaretha.
In die tijd raakte Engeland jaloers op de grote bloei die de zeven Provinciën doormaakte. Ze streefden naar een nauwe verbinding tussen de 2 protestantse staten, echter de zeven Provinciën voelden al aan waar het op neer zou komen en gingen er niet op in. Een andere mogelijkheid voor Engeland was om de concurrent uit te schakelen. Engeland schoof de acte van navigatie in 1651 naar voren om de macht van de Hollandse koopvaart te breken, onder ander door onaanzienlijke handel met Engeland praktisch uit te sluiten. Na een vlaggenincident tussen de admiraals: Maerten Hapertszoon Tromp en Blake brak in 1652 de 1e engelse oorlog uit. Bij de volgende deelvragen ga ik er verder op, hier volgt nog een korte lijst met wat Michiel de Ruyter toen heeft gedaan.
-In 1652 werd hij Vice-Commandeur onder Witte de With en in 1653 Vice-Admiraal onder de  admiraliteit van Amsterdam.
-Hij werd in 1665 na de nederlaag bij Lowestoft in de Tweede Engels-Nederlandse oorlog benoemd tot bevelhebber van de staatse vloot, nadat Cornelis Tromp de benoeming al op zak had. Ingrijpen van raadpensionaris Johan de Witt leidde ertoe dat de laatste alsnog gepasseerd werd ten faveure van De Ruyter. Tromp was te oranjegezind.
-Om De Ruyter zijn macht te benadrukken tussen de vele luitenanten-admiraal werd hij bevorderd tot luitenant-admiraal-generaal in 1673. De Ruyter, die al eerder als adviseur van zijn voorganger, bevelhebber Jacob van Wassenaer Obdam invloed had bij de modernisering van de vloot, ging daar na zijn aanstelling mee door. Onder zijn leiding werd er geoefend in het formatievaren (in navolging van de tactiek van de Engelse admiraal Robert Blake) en werd een systeem van seinvlaggen ingevoerd. Tot dan was een zeeoorlog vooral een gevecht van schip tegen schip. In 1666 nam hij het vlaggenschip de Zeven Provinciën in gebruik, waarmee hij vocht in de Vierdaagse Zeelslag. In de Tweedaagse zeeslag leed hij een nederlaag. Admiraal Michiel de Ruyter was dus de bevelhebber van de hele Hollandse vloot!
-Luitenant-Admiraal Michiel de Ruyter presenteerde samen met Raadspensionaris Johan de Witt in Augustus 1665 in de Staten Generaal een plan voor de oprichting van een regiment zeesoldaten. Bij de resolutie van 10 December 1665 is het Regiment der Marine opgericht.
Bevaren soldaten, toegerust voor de dienst ter zee, dat was iets nieuw. De mannen lagen in garnizoensplaatsen bij belangrijke havens, direct inzetbaar voor een oorlog. De Ruyter is dus mede verantwoordelijk voor het oprichten van het Korps Mariniers, dat nu nog steeds bestaat.

Nederland heeft tegen Engeland 4 oorlogen gevoerd, waarvan 3 in de 17e eeuw. Vraag 2 wordt apart per oorlog behandeld aangezien alle oorzaken anders waren en het verloop van de oorlogen natuurlijk ook. In werkelijkheid waren er dus drie Engels Nederlandse oorlogen waar de Ruyter een rol in heeft gespeeld. Deze oorlogen worden apart behandeld:
1e Engelse Oorlog, 1652 – 1654
2e Engelse Oorlog, 1664 – 1667
3e Engelse Oorlog, 1672 – 1674

Eerste Engelse Oorlog (1652 – 1654):
In augustus 1651 werd in het Engelse parlement de Akte van Navigatie aangenomen. Deze akte bepaalde dat er uitsluitend door Engelse schepen, of door schepen uit het land van herkomst, goederen in Engeland ingevoerd mochten worden. Dit deed Engeland om een concurrent, Holland, uit te schakelen. Engeland schoof de acte van navigatie in 1651 naar voren om de macht van de Hollandse koopvaart te breken, onder ander door onaanzienlijke handel met Engeland dus praktisch uit te sluiten.
De spanning tussen Nederland en Engeland steeg en uiteindelijk leidde een vlagincident op 29 mei 1652 tussen Generaal-ter-Zee Robert Blake en Admiraal Maarten Tromp tot het eerste gevecht waarbij de Nederlanders twee schepen verloren. Aan het begin van de oorlog beschikten de Nederlanders over ongeveer 115 oorlogsschepen, terwijl de Engelsen er 85 hadden. Bovendien waren de drie voornaamste Nederlandse Admiraals, Maarten Tromp, Witte de With en Jan Evertsen, ervaren zeelieden die onder andere een spectaculaire overwinning op de Spaanse Armada bij Duins (21 oktober 1639) geboekt hadden.
Deze overmacht was echter maar schijn. De Engelse schepen waren veelal groter en veel beter bewapend dan de Nederlandse. Terwijl het zwaarst bewapende Nederlandse oorlogsschip, Tromps vlaggenschip de Brederode, bewapend was met 59 stukken, had de Engelse Sovereign 100 stukken. De Engelse vloot kreeg opdracht om de Nederlandse Oost-Indië vloot te onderscheppen en de Nederlandse haringvisserij te ontregelen. Tromp had tot doel de Engelse vloot zo'n vernietigende slag toe te brengen dat zij geen grote bedreiging meer zou vormen voor de koopvaardijvloot. Een zware storm gooide echter voor beide vloten roet in het eten. Het grootste deel van de uit Indië afkomstige schepen wist Nederland te bereiken.
Tromp slaagde er in 1652 niet in slag te leveren met de Engelse vloot. De Staten-Generaal vond hierin een reden om Tromp tijdelijk te vervangen door zijn Vice-Admiraal Witte de With. Nadat De With bij Kentish Knock een nederlaag leed, wist Michiel Adriaansz de Ruyter enige tijd later wel een overwinning te boeken. In augustus versloeg hij de Engelse Vice-Admiraal George Ayscue. Enige tijd later werd Tromp wederom tot opperbevelhebber benoemd. Tromp overrompelde Blake op 10 december 1652 bij Dungeness en joeg hem terug tot in de monding van de Theems. Het konvooi dat Tromp begeleidde kon vrij het kanaal doorvaren.
Blake ontmoette Tromp opnieuw op 28 februari 1653 in het Kanaal. In de driedaagse zeeslag die volgde bleek het Engelse moreel veel beter dan het Nederlandse. Op de eerste dag ondernamen tenminste twintig Nederlandse kapiteins geen enkele poging om hun admiraal te steunen in zijn aanval. De Nederlandse vloot leed dan ook een zware nederlaag.
Nadat de Engelsen ook in juni een overwinning behaalden legden ze met een blokkade de zeehandel helemaal lam. Hoewel de vloot nog niet in zijn beste toestand was, gaven de Staten-Generaal op 30 juli opdracht aan Tromp om, zodra het weer het toeliet, de zee te kiezen om de blokkade te doorbreken. Op 10 augustus 1653 vond bij Terheijde de beslissende slag plaats. Al spoedig sneuvelde Tromp. Aan beide zijden waren de verliezen groot. De Nederlandse vloot werd weer naar hun thuishavens verdreven. De schade aan Engelse zijde was echter ook zo groot dat zij hun blokkade moesten opgeven. De omstandigheden om een voordelige vrede te sluiten waren nu gunstig voor de Engelsen en met het Verdrag van Westminster van april 1654 werd de vrede gesloten. De Republiek moest de Akte van Navigatie accepteren en beloofde in het geheim de prins van Oranje nooit tot stadhouder te benoemen. Korte samenvatting rol van de Ruyter: - De Ruyter boekte een overwinning op de Engelse vice-admiraal George Ayscue. Dit gebeurde nadat Maarten Tromp er meerdere malen niet in was geslaagd om een overwinning op de Engelsen te boeken.

Tweede Engelse Oorlog (1664 – 1667):
Rondom 1660 nam de spanning tussen de Republiek en Engeland weer toe. Aanvankelijk werd van Nederlandse zijde slechts geprotesteerd tegen de veroveringen op de westkust van Afrika door Robert Holmes. Nadat echter in augustus 1664 de kolonie Nieuw-Nederland werd veroverd, waarbij Nieuw-Amsterdam in New York werd omgedoopt werd sterker gereageerd. De Ruyter werd naar de kust van Afrika gezonden om de verloren vestigingen daar terug te winnen. Hij slaagde hierin behalve bij Cape Coast Castle in Guinee. Daarna volgden nog een reeks aanvallen door de Engelsen op Nederlandse koopvaardijschepen en in maart 1665 verklaarde de Engelse koning Karel II officieel de oorlog. De Tweede Engelse Oorlog was een feit.
De Engelsen begonnen op 8 mei 1665 met een blokkade van de Nederlandse kust. Omdat zij echter niet over voldoende voorraden beschikten konden ze deze blokkade niet langer dan twee weken volhouden. Toen zij zich terugtrokken om hun voorraden aan te vullen kregen de Nederlanders de kans om uit te varen; admiraal Van Wassenaer van Obdam ging op 10 juni op zoek naar de Engelse vloot. Op 11 juni kregen ze elkaar voor het eerst in zicht. Hoewel de Nederlanders een gunstiger wind hadden, maakte Van Wassenaer van Obdam hier geen gebruik van. Op 13 juni veranderde de wind en de Engelsen vielen aan. Ongeveer 40 mijl ten zuidoosten van Lowesoft volgde een gevecht dat vele uren duurde totdat om 3 uur 's middags het vlaggenschip de Eendracht van Van Wassenaer van Obdam de lucht in vloog. De wanorde bij de Nederlanders was groot en zij sloegen op de vlucht. Een totale ramp werd voorkomen doordat de Engelsen de achtervolging 's nachts staakten. Tijdens deze Zeeslag bij Lowestoft gingen naast de Eendracht en een tiental andere oorlogsschepen, ook twee meestrijdende VOC schepen ten onder, de Maarseseveen en de Oranje.
Over de Oranje van Bastiaen Centen is bekend dat zij na een hardnekkige strijd met de Royal Katherine en de Essex in brand vloog en explodeerde. De Maarsseveen, een Oostinjevaarder met 78 stukken onder bevel van Jacob de Reus, werd omsingeld door een twintigtal Engelse schepen. De Reus weigerde zich over te geven en vocht tot het doornagelde, reddeloze schip door een noodlottig toeval vastraakte aan de Tergoes met 34 stukken en de Swanenburg met 30 stukken. Een Engelse brander kreeg nu zijn kans en wist de Maarsseveen in brand te steken, waarop alledrie de Nederlandse schepen in de lucht vlogen.
Nadat De Ruyter vanuit Noord-Amerika was teruggekeerd, waarbij hij aan de Engelsen onder leiding van Sandwich had weten te ontsnappen, werd hij tot opperbevelhebber benoemd.
In januari 1666 verklaarde de Franse koning Lodewijk XIV formeel de oorlog aan Engeland. Hoewel de Fransen niet serieus van plan waren om daadwerkelijk aan de oorlog deel te nemen, konden de Engelsen hier niet van op aan. Toen in mei de Engelse vloot gereed was om uit te varen kwamen er berichten binnen dat een Franse vloot van uit de Middelandse zee onderweg was om zich bij de Nederlanders te voegen. In werkelijkheid was er een Spaanse armada gezien in de monding van de Taag, maar de Engelsen besloten om met twintig schepen de Fransen tegemoet te treden.
De hertog van Albemarle hield 56 schepen over om tegen De Ruyter op te treden. Op 11 juni 1666 ontbrandde de strijd welke vier dagen zou duren. De kanonschoten waren tot in Londen te horen. Uiteindelijk werd door wederzijdse uitputting de strijd gestaakt. Hoewel de Engelsen de zwaarste verliezen hadden geleden waren zij nog niet verslagen. Dat bleek in de tweedaagse zeeslag (3-4 augustus) waarbij de Nederlandse vloot het zwaar kreeg te verduren. Door zijn ontzettend goede leiding van de terugtocht wist De Ruyter een ramp zoals bij Lowesoft te
voorkomen. De Ruyter weet de nederlaag aan Cornelis Tromp, die zich bij een achtervolging van een Engels eskader te veel had laten meeslepen. Na een heftige ruzie tussen beide officieren werd Cornelis Tromp uit de dienst ontslagen.
Op 19 augustus 1666 overvielen de Engelsen onder leiding van Robert Holmes een koopvaardijvloot die in het Vlie voor anker lagen. Ongeveer 150 koopvaardijschepen werden hierbij verbrand. Twee dagen later landde Holmes op Terschelling, waar hij het dorpje Westerschelling plunderde en in brand stak. Als in september 1666 de Grote Brand van Londen een groot deel van de stad in de as legt wordt de financiële situatie van de Engelsen zo slecht dat zij gedwongen zijn het grootste deel van hun vloot op te leggen.
Toen bleek dat de Engelsen tijdens de inmiddels begonnen vredesonderhandelingen niet erg toeschietelijk waren, besloot Johan de Witt om zijn plan de Engelse kust aan te vallen, tot uitvoer te brengen. Op 21 juni voer de Nederlandse vloot onder leiding van Cornelis de Witt en Michiel de Ruyter de Medway op. Een landingsteam van het net opgerichte Korps mariniers stond al gereed de ketting neer te laten die de opgang naar de rivier beveiligde, toen kapitein Jan van Brakel haar doorbrak met zijn schip de Vreede. De vesting van Sheerness werd vernietigd. Het merendeel van de Engelse oorlogsvloot werd verbrand en tot zinken gebracht.. De Royal Charles, het Britse vlaggenschip, werd door de Nederlanders als trofee mee naar huis gesleept. Deze voor de Engelsen ernstige nederlaag versnelde het sluiten van de Vrede van Breda (31 juli 1667) en daarmee eindigde de 2e Engels-Nederlandse oorlog.

Derde Engelse Oorlog (1672 – 1674):
Zes maanden na de Vrede van Breda sloten Engeland, Nederland en Zweden een bondgenootschap, de Triple Alliantie. Binnen zes maanden na de sluiting van deze Alliantie voerde Karel II echter al weer geheime onderhandelingen met Lodewijk XIV. Deze onderhandelingen leidden tot het Geheime Verdrag van Dover, waarin de Engelse koning beloofde zijn bondgenoten in de steek te laten en zonder aanleiding de Nederlandse Republiek aan te vallen. Op 24 maart 1672 werd in het Engelse kanaal een (mislukte) aanval ondernomen op een Nederlands konvooi dat naar huis terugkeerde. Drie dagen later werd officieel de oorlog verklaard aan de Verenigde Provinciën.
Michiel de Ruyter voer, in gezelschap van Cornelis de Witt op 9 mei 1672 uit met de Zeven Provincien, in een poging om de Franse vloot te onderscheppen voordat zij zich bij de Engelsen konden voegen. Dit lukte hem net niet. Op 7 juni verraste hij de Bondgenoten ter hoogte van Solebay. De zeeslag die daarop volgde zou de verschrikkelijkste van alle zeeslagen in de drie Engelse oorlogen blijken te zijn. De slag duurde van kwart voor zeven 's ochtends tot ongeveer negen uur 's avonds. Hoewel het verlies aan materiaal bij beide partijen niet veel verschilde, hadden de Nederlanders meer schade toegebracht en meer mensen doen sneuvelen dan bij henzelf het geval was geweest.
Op 12 juni staken de Franse troepen de Rijn over en stroomden Holland binnen. Binnen 40 dagen hadden zij het grootste deel van het land in handen. Om het land te kunnen blijven verdedigen moesten vele zeesoldaten en zelfs scheepskanonnen aan land worden gezet.
De bondgenoten waren op weg gegaan om een vloot van Nederlandse Oostindiëvaarders, die op weg naar huis waren, te onderscheppen, deze rijk beladen vloot wist echter te ontkomen. Hierdoor kon de oorlog zichzelf aan Engelse zijde niet bedruipen.
In mei 1673 besloten de Engelsen de Nederlandse vloot, die zich bij Schooneveld had teruggetrokken, aan te vallen. Zij hoopten haar te vernietigen of uiteen te jagen, waarna een expeditieleger dat zich bij Blackheath had verzameld, op de Nederlandse kust aan land gezet kon worden. Op 7 juni gingen zij de vijand tegemoet. De Ruyter beschikte toen over 52 oorlogsschepen met 3.171 stukken, terwijl de bondgenoten over 76 schepen met 4.812 stukken beschikten.
De strijd die volgde eindigde onbeslist, maar omdat De Ruyter zich goed had gehandhaafd moest de voorgenomen landing worden uitgesteld. Op 14 juni viel De Ruyter op zijn beurt aan. Opnieuw was er geen duidelijke winnaar aan te wijzen, maar de landing moest opnieuw worden uitgesteld.
Twee maanden later vond de derde krachtmeting plaats. Op 21 augustus 1673 raakten de vloten slaags ter hoogte van Kijkduin. De verhoudingen in sterkte waren ongeveer dezelfde als in de eerdere twee slagen. Omdat de Fransen zich nogal afzijdig van het gevecht hielden hadden de Nederlanders de overhand. Toen de bondgenoten naar de monding van de Theems werden teruggedwongen was de dreiging van een invasie over zee voorgoed verdwenen.
Door de houding van de Fransen tijdens het gevecht waren sterke vijandige gevoelens tussen de Engelsen en Fransen ontstaan. Omdat ook de publieke opinie in Engeland sterk tegen de oorlog was gekant, werd de druk op de koning zo groot dat hij een einde maakte aan de oorlog. Op 19 februari 1674 werd het Verdrag van Westminster getekend.

18e eeuw (1700-1899 AD)

Na de in 1679 gesloten vrede tussen de Republiek en Frankrijk werden de Mariniersregimenten voor de verandering niet uitgedund, daar Prins Willem III een volgend conflict voorzag.  Zijn inspanningen tot het vormen van een vast Korps Mariniers, in plaats van de eerdere regimenten, werden al snel beloond, want al in 1702 trok de Republiek samen met Groot-Brittannië en de Duitse Keizer weer op tegen Frankrijk. Ditmaal ging het om de zogenaamde ‘Spaanse erfenis’. Karel II was namelijk kinderloos overleden. De strijd speelde zich voornamelijk af in de Zuidelijke Nederlanden en op het Iberisch schiereiland waar de regimenten Mariniers veelvuldig en met succes zijn ingezet.

In augustus 1702 zeilde een Brits-Nederlandse oorlogsvloot naar Cadiz (Spanje) alwaar er onder dekking van scheepsgeschut een landing werd uitgevoerd. Het detachement van Nederlandse Mariniers onderscheidde zich door de snelle bestorming en verovering van een krachtig verdedigde batterij. Maar verdere belegering van Cadiz faalde jammerlijk: de stad bleek niet in te nemen.
Op de terugweg naar Nederland kreeg de vloot echter inlichtingen dat er in het plaatsje Vigos toevallig een Zilvervloot lag aangemeerd. Dit buitenkansje konden de regimenten niet laten liggen. Een korte geforceerde landing werd ingezet, en de buit bedroeg vele miljoenen guldens.

In 1704 ging een tweede geallieerde vloot naar Spanje. Ditmaal landde vierhonderd Nederlandse Mariniers en twaalfhonderd Britten bij Barcelona. Ook deze aanval had geen succes daar de steun van de Habsburgers in Barcelona uitbleef. De direct daarop uitgevoerde aanval op Gibraltar met achttienhonderd Mariniers had meer succes. Na hevige strijd gaf op 4 augustus 1704 het vijandige garnizoen zich over.

In 1705 ging er wederom een grote geallieerde vloot naar Spanje, waarbij de vierentwintighonderd man sterke Mariniersregimenten als expeditionaire macht werden ingescheept. Op 17 september veroverden zij het versterkte kasteel Montjuich dat Barcelona beheerste. Vervolgens trokken de Mariniers verder Catelonië  in, maar zij werden snel teruggeroepen toen het veroverde Barcelona zwaar belegerd bleek te worden door een ruim twintigduizend man sterke vijand. Vier weken trokken de Mariniers dag en nacht door, over het bergachtige terrein terug naar de stad, die zij achtereenvolgens drie dagen fel verdedigde waarna de vijand afdroop.

In de Spaanse Campagne hebben de Mariniers nog vele malen hun moed en gevechtsbereidheid getoond. In de slagen die over het algemeen plaatsvonden in zeer zwaar terrein, waar bevoorrading en verpleging haast onmogelijk was leden de regimenten zware verliezen.
Het laatste Nederlandse succes op Spaans grondgebied was op de korpsverjaardag 1710 bij het dorp Villaviciosa. De strijd was zeer hevig. Zelfs de Generaal de St-Amant krijgt een zware houw in het hoofd, een schot door zijn voet en hij verliest zijn rechterhand.
In 1713, na het sluiten van de vrede van Utrecht keren de laatste Nederlandse troepen uit Spanje terug.

Na de vrede waant Nederland zich veilig achter de zojuist verworven barrièreposities en meent met de beschikbare financiële middelen wel tijd genoeg te hebben het leger op sterkte te brengen, mocht dat nodig zijn. De investeringen in de krijgsmacht dalen tot het uiterste minimum, de Marine verdwijnt bijna en de Republiek verliest zijn positie als machtig land op het wereldtoneel.
De Mariniersdetachementen blijven ternauwernood voortbestaan. Één ingescheept als het regiment zeesoldaten en een ander als permanente formatie een mariniersregiment, herkenbaar als zodanig aan de grote ‘M’ op de muts.

Wie overzeese belangen heeft, kan echter niet ongestraft zijn Marine verwaarlozen. Dat blijkt als in 1763 in de kolonie Berbice (ten westen van Suriname) een opstand uitbreekt. De bestuurders achtten het noodzakelijk om die opstand zo snel mogelijk met harde hand de kop in te drukken. Toen zij de Staten Generaal daarom vroegen, had die echter geen expeditionair korps beschikbaar, dat daartoe in staat was. Er werd ijlings besloten, dan maar op stel en sprong zo’n korps bij elkaar te sprokkelen en onder bevel van Kolonel Jan Marius de Salve vertrok het naar de West om de crisis te bezweren. Na terugkomst besloten de Staten van Holland, die geleerd schenen te hebben van de eerdere foute inschatting, dit korps permanent in dienst te houden als zijnde “Regiment Mariniers… tot het doen van Expeditiën over zee en voorts op schepen van Oorlog”.

IN 1772 brak in West-Indië opnieuw een opstand uit, ditmaal in Suriname. Hierop werd een tweede regiment Mariniers opgericht en naar de West gezonden. Deze opstand was een stuk heviger en men had bovendien de tegenslag dat de gouverneur de Mariniers niet steunde. De Kolonel Fourgeoud wist desondanks samen met zijn Mariniers het moeilijke terrein en ongezonde klimaat te trotseren. Hij verzon een tactiek om de vijand, die veel beter thuis was in het oerwoud, te slim af te zijn. Hij joeg de ze op door constant patrouilles te laten lopen en onderwijl onderhield hij zijn manschappen met een ijzeren discipline. Dit alles werkte verbluffend goed en tot ieders verbazing wist de Kolonel deze missie tot een goed einde te brengen.

Het laatste conflict van de Republiek als zodanig, was de vierde Engels oorlog (1780-1783). Vooral de scheepsdetachementen van de Mariniers hebben hier hun waarde bewezen. Op 30 mei 1781 bijvoorbeeld vochten de schepen van de Republiek Castor en Brielle, tegen HMS Flora en Crescent. Terwijl de Flora de Castor over wist te nemen, dwongen voornamelijk de Mariniers van de Brielle de Crescent om de vlag te strijken.
Later herhaalde zich een soortgelijke vertoning bij de slag om de Doggersbank waar een Nederlands en een Brits smaldeel met elkaar de strijd aanbonden. De Britten zagen op de schepen van Schout-bij-Nacht Zoutman de Mariniers met “snaphanen zoo correct geschouderd,.. alsof zij voor een wapenschouwing waren opgesteld”. Later bewezen de Mariniers dat hun schietvaardigheid het voorkomen niet logenstrafte.

In 1795 heffen de Patriotten, die door Franse hulp aan de macht zijn gekomen, de Marine als zodanig op, waarbij alle ‘foute’ officieren worden ontslagen. De rest van hen kan dienst nemen in de zeemacht van de ‘Bataafse Republiek’. De Mariniersregimenten zijn nog, in de vorm van een speciaal keurkorps ‘zee-artilleristen’, met succes ingezet tegen de binnenvallende Franse troepen, maar na de overname van de Patriotten werd hun korps opgeheven. Vanaf dat moment bestond het Korps Mariniers dus niet meer in korpsverband.19e eeuw (1800-1899 AD)

Nederland speelde in de 19e eeuw nauwelijks nog een rol van betekenis op het internationale politieke of economische vlak. Dit weerspiegelt zich in de internationale militaire activiteiten. De 19e eeuw kenmerkt zich voor het Korps Mariniers met name met de inzetten in de Nederlandse koloniën.

19e eeuw (1800-1899 AD)

Nog in te vullen.

20e eeuw (1900-1999 AD)

Nog in te vullen.

Mariniersgeschiedenis Live: Mariniersmuseum Rotterdam

Het Mariniersmuseum bestond al ruim vóór de tweede wereldoorlog, waar men een grote collectie had verzameld in de kazerne aan het Oostplein. Deze collectie is tijdens het bombardement in de meidagen van 1940 helaas verloren gegaan en moest na 1945 weer opnieuw begonnen worden met het verzamelen.  In de Van Ghentkazerne op het Toepad te Rotterdam werd de collectie uiteindelijk te groot , en vond men dat dit ook aan het publiek getoond diende te worden. Er bestond natuurlijk wel een Marinemuseum (Den Helder), maar er zou nu een Mariniersmuseum komen!
Op zoek naar een geschikte ruimte en locatie!

In 1980 werd het Mariniersmuseum geopend in het “Hulstkampgebouw”  op het Noordereiland te Rotterdam ( ook in gebruik als disteleerderij en jeneverstokerij…).
Aan de hand van schilderijen, foto’s, prenten, uniformen, wapens en levensechte diorama’s werd de geschiedenis getoond. Er was ook een museumwinkel waar mariniersartikelen gekocht konden worden. Ook was er een apart koffiehoekje met een filmzaaltje waar journaalfilms gedraaid werden.


Sinds 1995 is het Mariniersmuseum gevestigd in de 18e eeuwse Koopmanshuizen aan de Wijnhaven te Rotterdam. Deze historische panden staan naast het bekende Witte Huis vanwaar de mariniers de opmars van de Duitsers tegenhielden die wilden oprukken over de Maasbruggen. Dit Witte Huis was lange tijd het hoogste kantoorgebouw van Europa ( 43 meter).
De Koopmanshuizen werden afgebroken toen de spoortunnel werd aangelegd, maar later weer in originele staat herbouwd!

Een bezoek aan het Mariniersmuseum begint op de 3e verdieping. Hier zijn de ontvangstruimten ondergebracht. Voor de jeugd is dat een educatieve ruimte met een speels karakter. Voor (oud) mariniers is een ruimte ingericht met een bakstafel, waar zij elkaar kunnen ontmoeten. Op deze verdieping wordt de geschiedenis van het Korps getoond aan de hand van de wapenfeiten die ook in het vaandel worden vermeld.

Een verdieping lager kan de bezoeker het Korps “beleven”. Een aantal thema’s wordt hier behandeld, waaronder “uitrusting” en “onderkomen”. Uniformen zijn aantrekkelijk opgesteld. In een tent kan men de sfeer proeven van de legering in Cambodja en in een model van een veldcommandowagen kan men zelf verbindingen tot stand brengen.
Een verzoekprogramma van de Marinierskapel valt in de geluidscabine te beluisteren.

Weer een verdieping lager ( 1e etage) worden tijdelijke tentoonstellingen gehouden zoals daar o.a.zijn geweest:
27 aug.2001 t/m 21 nov. 2001    fototentoonstelling UNMEE
22 sept.2005 t/m 30 okt. 2005    fototentoonstelling Nederlands-Indie W.O.II
08 juli 2006 t/m 29 apr. 2007     Mariniersmode van 1665 tot 2012
28 juni 2007 t/m 6 jan.2008       Meet je met De Ruyter
26 juni 2008 t/m 8 maart 2009   Met de muziek mee!( Marinierskapel)

Op dit moment is er:
04 dec.2009 t/m april 2010 Hoe gaat het in Uruzgan?

Op de begane grond is naast de ruime entree ook de museumwinkel gevestigd. Ook hier zijn zeer veel “mariniersartikelen”te koop. Van sleutelhanger tot muismat, van stropdas tot BBQ schort!

Bezoekersinformatie
dinsdag t/m vrijdag: 10.00 - 17.00 uur
zaterdag en zondag: 11.00 - 17.00 uur

Gesloten   :                                   Open:
Nieuwjaarsdag                     
Eerste Paasdag                           Tweede Paasdag 
Koninginnedag
BevrijdingsdagHemelvaartsdag
Eerste Pinksterdag                       Tweede Pinksterdag
Eerste Kerstdag                           Tweede Kerstdag 
maandagen   

Entreeprijzen:
Volwassenen: € 3, -
Kinderen 4 t/m 12 jaar, CJP, senioren, COM-leden, groepen van minimaal 15 personen: € 1,50 
Museumkaart, Rotterdampas, Schoolklassen, Veteranenpas, Royal Marines Museum, Boekerpas, Jeugd Vakantiepaspoort, Defensiepas, kinderen t/m 3 jaar: gratis   

Toegankelijkheid
Het museum is toegankelijk voor bezoekers met een lichamelijke beperking, heeft een lift en beschikt over optische hulpinstrumenten.

Adresgegevens
Mariniersmuseum
Wijnhaven 7-13
3011 WH Rotterdam
Tel. (010) 412 96 00
www.mariniersmuseum.nl

Bereikbaarheid
Per openbaar vervoer: het Mariniersmuseum ligt aan de Wijnhaven 7-13, pal naast het Witte Huis, op 2 minuten loopafstand vanaf NS-station Rotterdam Blaak. Halte voor trein, metro, tram en bus.
Per eigen vervoer: vanaf de A16 afrit 25 of 26. Richting Centrum volgen via de Maasboulevard. Afslag ‘Oude Haven’.
 
Tot slot nog even dit:

Om het Mariniersmuseum te “steunen”is er een stichting  in het leven geroepen:
Stichting Vrienden van het Mariniersmuseum

De voordelen om “Vriend” te zijn:
Gratis toegang tot het Mariniersmuseum én  Royal Marines Museum (Portsmouth England)
Nieuwsbrief die 3 keer per jaar uitkomt
Eenmalig welkomstgeschenk
Jaarlijkse VIP-Vriendendag

Vriend worden kan iedereen! De kosten hiervoor zijn:
€ 12.00 per jaar of  € 7.00 voor leden van het C.O.M.
Als donateur voor het leven doe je een eenmalige storting van € 230.00

Dus… OMHANGEN EN VOLGEN!

www.vriendenmariniersmuseum.com

Laatst aangepast op maandag, 04 januari 2010 16:58
 
Copyright © 2010 KorpsMariniers.com. Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is gratis open source software vrijgegeven onder de GNU/GPL Licentie.