Afgelopen week hielden mariniers van het fregat Hr.Ms. Evertsen 13 Somalische piraten aan. Het fregat neemt deel aan de Europese antipiraterijoperatie ‘Atalanta’. Vanaf de Evertsen wordt ook de hele operatie (8-14 schepen, vier maritieme patrouillevaartuigen) geleid door een internationale EU-staf onder leiding van commandeur Pieter Bindt. Later deze maand neemt Italië die rol over.
Terug naar die mariniers, een team van zes man. Op het eerste gezicht ‘gewone’ mariniers. Maar zo gewoon zijn ze niet. Het zijn leden van de ‘UIM’ (Unit Interventie Mariniers), een van de elite-eenheden van de Nederlandse krijgsmacht. Veel wordt er niet over gepraat, omdat de UIM (voortgevloeid uit de vroegere ‘Bijzonder Bijstands Eenheid’, BBE) ook wordt ingeschakeld bij grootscheepse antiterrorismeoperaties in Nederland en daarbuiten. Hun identiteit is geheim, er worden alleen voornamen gebruikt, en ze herkenbaar in beeld brengen is not done.
Maar aan boord van de Evertsen wil teamleider sergeant Joris wel iets meer vertellen over de UIM. Bij de operaties tegen Somalische piraten hebben ze twee hoofdtaken: approachen en boarden. “Een approach is simpelweg een handje schudden, hallo zeggen en vragen wat ze aan het doen zijn”, zegt de sergeant. “Een boarding is daadwerkelijk aan boord gaan van het schip”, zoals vorige week gebeurde. Maar een scheepje boarden doen de UIM-leden ook, zodat bijvoorbeeld een arts, tolk of inlichtingenman veilig aan het werk kunnen gaan.”
Het boarden kan met de snelle rubberboten (RHIB's) waarvan de Evertsen er drie aan boord heeft, maar het UIM-team kan ook langs een touw vanuit een helikopter aan boord van een scheepje worden afgezet, het zogeheten fast-roping.
Maar waarom zouden gewone mariniers zulke taken niet kunnen uitvoeren? Sergeant Joris: “Een gewone marinier is zeker een goed opgeleide militair, maar de mariniers die binnen de UIM dienen zijn net wat beter opgeleid in het reageren op situaties die in een split-second kunnen veranderen. Dat noemen we actie-intelligentie.”
Actie-intelligentie? “Dat is een rode draad die door de hele UIM-opleiding heen loopt. Situaties die ogenschijnlijk heel rustig en vreedzaam zijn kunnen in een split-second veranderen naar een chaotische situatie waar toch heel drilmatig opgetreden moet worden. Andersom kan ook. Het kan zijn dat je ergens binnenstapt waar het heel chaotisch en vijandelijk is, en dat je juist door de actie-intelligentie de zaak weet te downscalen naar een rustige en veilige situatie.”
Aan boord van de Evertsen beoefent het UIM-team alle denkbare scenario’s. Het boarden, bevrijden van gijzelaars en schieten met allerlei wapens. Maar, benadrukt sergeant Joris, “uiteindelijk is bij ons een operatie geslaagd als er geen enkel schot is gevallen.”
Bij taken op zee, zoals de huidige aan boord van de Evertsen, vallen de mariniers van de UIM gewoon onder het ministerie van Defensie. Dat ligt anders bij hun optreden in terrorismezaken. De UIM valt dan onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en is er in de eerste plaats voor ‘grootschalig en complex optreden’: cruiseschepen, olieboorplatforms, ministeries en vliegtuigen. “Als daar een gijzeling plaats vindt is dat automatisch voor de UIM.” Kleinschalig optreden komt ook voor: zoals de actie tegen twee terreurverdachten in het Haagse Laakkwartier in 2004.
Bron: www.rnw.nl
Reageren? http://www.korpsmariniers.com/smf/index.php?topic=69.0


